Westnijlvirus bij vogels
Vogels zijn het natuurlijke reservoir van het westnijlvirus. Veel besmette vogels krijgen geen ziekteverschijnselen, maar sommige soorten zijn gevoeliger. Ziekte en sterfte worden onder andere gezien bij zangvogels, kraaiachtigen en roofvogels.
Doordat het virus via muggen tussen vogels wordt verspreid, kunnen besmettingen bij vogels bovendien een belangrijk signaal zijn dat het virus lokaal circuleert. Daarom worden zowel levende en dode vogels als steekmuggen gebruikt bij de monitoring van het westnijlvirus.
Westnijlvirus bij paarden
Paarden kunnen besmet raken wanneer zij worden gestoken door een mug die het virus bij zich draagt. Gelukkig krijgt het grootste deel (ongeveer 80%) van de besmette paarden geen ziekteverschijnselen. Ongeveer 20% van de paarden krijgt milde verschijnselen. Slechts een klein deel wordt ernstig ziek.
Wanneer het virus het zenuwstelsel aantast, kan de situatie echter ernstig worden. Een infectie met neurologische verschijnselen wordt ook wel westnijl-encefalomyelitis genoemd.
Wat zijn de symptomen van westnijlkoorts bij paarden?
De eerste klachten kunnen vrij algemeen zijn. Een paard kan koorts krijgen, minder goed eten en sloom of lusteloos worden. Daardoor is westnijlkoorts op basis van alleen de eerste verschijnselen moeilijk te herkennen.
Bij ernstigere infecties kunnen neurologische symptomen ontstaan. Denk aan ongecoördineerd lopen, spiertrillingen, zwakte en verlammingsverschijnselen. Trillingen rond de lippen of snuit worden relatief vaak beschreven. Ook kunnen paarden overgevoelig reageren op aanraking.
Neurologische verschijnselen kunnen ook door andere aandoeningen worden veroorzaakt. Vermoed je westnijlkoorts bij je paard, neem dan direct contact op met een dierenarts. Aanvullend laboratoriumonderzoek is nodig om de diagnose te ondersteunen.
Hoe wordt westnijlkoorts bij paarden behandeld?
Er bestaat momenteel geen specifieke antivirale behandeling waarmee het westnijlvirus bij een paard kan worden uitgeschakeld. De behandeling is daarom ondersteunend en afhankelijk van de ernst van de klachten.
De dierenarts kan bijvoorbeeld zorgen voor vocht en voeding wanneer een paard onvoldoende eet of drinkt en medicatie inzetten om pijn en ontstekingsreacties te verminderen. Bij neurologisch aangetaste paarden is goede verpleegkundige zorg bijzonder belangrijk. Paarden die wankel zijn of niet meer zelfstandig kunnen staan, kunnen zichzelf namelijk verwonden en hebben intensieve begeleiding nodig.
Wat is de prognose?
De prognose is sterk afhankelijk van de ernst van de verschijnselen. De meeste besmette paarden worden helemaal niet of slechts mild ziek en herstellen volledig. Wanneer ernstige neurologische verschijnselen ontstaan, wordt de prognose gereserveerder. Vooral paarden die niet meer zelfstandig kunnen staan of ernstige verlammingsverschijnselen ontwikkelen, hebben een slechter vooruitzicht.
Paarden die een neurologische infectie overleven, kunnen volledig herstellen, maar dit herstel kan weken tot maanden duren. Bij een deel van de paarden blijven neurologische restverschijnselen bestaan, zoals zwakte, coördinatieproblemen of verminderd uithoudingsvermogen.
Kun je je paard beschermen tegen het westnijlvirus?
Omdat muggen verantwoordelijk zijn voor de overdracht, begint preventie met het verminderen van muggenbeten. Muggen zijn vooral actief rond de ochtend- en avondschemering. Een paard op deze momenten binnenhouden kan de blootstelling verminderen. Ook kunnen passende muggenwerende middelen en bijvoorbeeld een geschikte vliegendeken helpen.
Daarnaast is het verstandig om broedplaatsen voor muggen rond stal en weide zoveel mogelijk te beperken. Laat geen water langdurig in emmers, bakken of andere voorwerpen staan, houd dakgoten schoon en ververs het water in drinkbakken regelmatig. Muggen ontwikkelen zich vooral in stilstaand water.
Voor paarden zijn bovendien vaccins tegen het westnijlvirus beschikbaar. Of vaccinatie voor jouw paard verstandig is, hangt onder andere af van het actuele besmettingsrisico, de locatie en bijvoorbeeld reizen naar gebieden waar het virus circuleert. Bespreek dit met je dierenarts.
Westnijlvirus bij mensen
Ook mensen kunnen westnijlkoorts krijgen na de beet van een besmette mug. Ongeveer 80% van de geïnfecteerde mensen krijgt helemaal geen klachten. Ongeveer 20% ontwikkelt griepachtige verschijnselen, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Ook buikklachten, huiduitslag en vergrote lymfeklieren kunnen voorkomen.
Bij minder dan 1% van de besmette mensen ontstaan ernstige neurologische complicaties. Het virus kan dan bijvoorbeeld een hersenontsteking of hersenvliesontsteking veroorzaken.
Voor mensen is momenteel geen vaccin tegen het westnijlvirus beschikbaar. Bescherming is daarom vooral gericht op het voorkomen van muggenbeten, bijvoorbeeld door bedekkende kleding te dragen, horren te gebruiken en een geschikt muggenwerend middel op de onbedekte huid te gebruiken.
Belangrijk om nogmaals te benadrukken: mensen krijgen het westnijlvirus niet van een besmet paard. Paard en mens raken doorgaans onafhankelijk van elkaar besmet via geïnfecteerde muggen.
Komt het westnijlvirus ook voor bij wilde dieren?
Naast vogels, paarden en mensen kunnen ook andere zoogdieren door een besmette mug worden geïnfecteerd. Bij wilde dieren wordt daarom eveneens onderzoek gedaan naar het voorkomen van het westnijlvirus. Vooral onderzoek naar wilde vogels is belangrijk, omdat vogels onderdeel zijn van de natuurlijke verspreidingscyclus. Onverklaarde sterfte onder wilde vogels kan een signaal zijn dat nader onderzoek verdient.
Is het westnijlvirus meldingsplichtig?
Het westnijlvirus wordt nauwlettend gevolgd omdat het zowel de gezondheid van dieren als mensen kan raken. De precieze meldplicht en de instantie waarbij een verdenking of besmetting moet worden gemeld, verschillen per land. In Nederland geldt bijvoorbeeld een meldplicht bij een verdenking bij gehouden dieren. Deze geldt voor dierhouders en ook voor dierenartsen en laboratoria. Infecties bij mensen zijn daar eveneens meldingsplichtig.
Vermoed je westnijlkoorts bij een paard of ander gehouden dier, neem dan direct contact op met een dierenarts en volg de meldregels van het land waar het dier zich bevindt.
Westnijlvirus: alert zijn zonder onnodige ongerustheid
Het westnijlvirus wordt door steekmuggen verspreid en vogels spelen een centrale rol bij het in stand houden van de infectiecyclus. Paarden en mensen kunnen door dezelfde besmette muggen worden geïnfecteerd, maar kunnen het virus niet aan elkaar doorgeven. De meeste infecties verlopen zonder ziekteverschijnselen, maar vooral neurologische klachten bij paarden vragen om snelle veterinaire beoordeling.
Door muggenbeten en broedplaatsen zoveel mogelijk te beperken en voor paarden met de dierenarts te bespreken of vaccinatie passend is, kun je het risico verkleinen. Omdat de verspreiding van het westnijlvirus in Europa verandert, blijft het daarnaast belangrijk om actuele informatie van de gezondheids- en veterinaire autoriteiten in je eigen land te volgen.