> Begint het bij uw hond al te kriebelen?

Begint het bij uw hond al te kriebelen?

Begint het bij uw hond al te kriebelen?

Vlooien

Helaas krijgen veel honden er wel eens mee te maken, vlooien! Deze kleine snelle springers zorgen voor veel overlast bij de hond, maar kunnen bij een forse besmetting zich ook op mensen gaan richten. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, komen de meeste vlooienproblemen voor in de nazomer en de herfst.

In Nederland komt de kattenvlo het meeste voor, ook bij onze trouwe viervoeters. Vlooien zijn kleine insecten waarvan de volwassen dieren met het blote oog zichtbaar zijn. Hoewel ze slechts ongeveer 3 millimeter groot zijn, kunnen ze met hun sterke achterpoten bijzonder ver springen. De volwassen vlooien zoeken een gastheer om een bloedmaaltijd te nemen. Vervolgens leggen de vrouwtjes eieren, ongeveer 20-45 per dag. Deze eitjes komen in de omgeving van de hond terecht en maken daar ongeveer de helft van de totale populatie uit. In het volgende ontwikkelingsstadium ontstaan larven. Deze larven schuwen het licht en kruipen weg in of onder tapijten, vloerbedekking, kieren en andere kleine openingen. De larven verpoppen en dit popstadium kan langere tijd duren. In voor de vlo ongunstige omstandigheden blijft de vlo in dit popstadium rusten. Wanneer er trillingen, warmte en/of een verhoogde CO2-concentratie waargenomen wordt, verpoppen ze zich tot volwassen vlooien en zoeken ze weer een gastheer voor een bloedmaaltijd. Dit geeft de typische problemen wanneer baasjes terugkeren van vakantie. Alle eitjes en larven zijn tijdens de vakantie verpopt en wachten hongerig af. Op het moment dat een huis weer bewoond wordt, slaan ze massaal toe. Een vlooienplaag is geboren.

Hoe weet u of uw hond vlooien heeft?

Vlooien zijn niet altijd goed waar te nemen. Ze zijn vliegensvlug en kunnen zich goed verstoppen. Het overgrote deel van de totale vlooienpopulatie bevindt zich in de omgeving, zoĺn 95%. Slechts ongeveer 5 % zit op het dier op het moment dat ze zich willen voeden. Met een vlooienkam kunnen soms volwassen vlooien gevonden worden. Vaker kan er bij een besmetting vlooienontlasting in de vacht aangetroffen worden. Dit zijn kleine zwarte puntjes die op een keukenpapiertje met water rood verkleuren. Dit bestaat uit deels verteerd bloed van de gastheer.

De klachten zijn vrij typisch. Vlooienbeten gaan gepaard met hevige jeuk. Vaak zien we dat honden plots opspringen en zich verwoed beginnen te bijten ter hoogte van de achterhand. Op de huid zijn dan kleine rode vlekjes van de vlooienbeten zichtbaar. Daarnaast kunnen er ook bijtletsels zichtbaar zijn die de hond zichzelf heeft toegebracht, soms zelfs hotspots. Honden met een vlooienallergie zijn allergisch voor het speeksel van vlooien en zullen hier bijzonder veel last van hebben, zelfs enige tijd na een beet. Daarnaast kan er bij een massale besmetting ook bloedarmoede optreden bij de gastheer.
Vlooien kunnen tevens lintwormeieren overbrengen en zo voor een lintwormbesmetting zorgen.

Preventie en therapie

Er zijn allerlei middelen beschikbaar die ingezet kunnen worden om een vlooienbesmetting te voorkomen of aan te pakken, zoals sprays, spot-on-pipetten, halsbanden en tabletten. Shampoo wordt alleen gebruikt op het moment dat er daadwerkelijk een vlooienprobleem bestaat. In tegenstelling tot wat nogal eens beweerd wordt, is er op dit moment nog geen concreet bewijs voor resistentie tegen vlooienmiddelen. Het is wel van belang om, vooral bij een besmetting, een middel te kiezen wat tegen zoveel mogelijk stadia werkzaam is. Daarbij is het essentieel alle honden en katten in een huishouden gelijktijdig te behandelen. Helaas is geen enkel middel 100% effectief. Een falende aanpak is echter meestal te wijten aan een onvoldoende behandeling van de omgeving. Aangezien een groot deel van de plaag zich juist in de omgeving bevindt, is het van doorslaggevend belang deze goed aan te pakken! Dit moet gebeuren door middel van grondig stofzuigen, het wassen van manden en kleden op hoge temperatuur en het gebruik van een omgevingsspray.
Afhankelijk van de ernst van de besmetting kan het langere tijd duren voordat een vlooienprobleem volledig onder controle is.

Teken

Teken zijn kleine spinachtigen met vier verschillende levensstadia: het ei, de larve, de nimf en de volwassen teek. Uitsluitend de laatste drie stadia van de vrouwelijke teken voeden zich met bloed van een gastheer. Dit bloed is noodzakelijk voor de ontwikkeling van haar eitjes. Wanneer ze zich volgezogen heeft, laat ze zich van haar gastheer vallen, legt ze vervolgens honderden tot duizenden eitjes om tenslotte te sterven. Volwassen teken zijn pas actief wanneer het warmer is dan 7░ Celsius. Ze zitten vooral in hoog gras en struiken.

De teek als vector

Teken zijn berucht omdat ze diverse ziektes kunnen overbrengen. De teek zelf is niet ziekteverwekkend, maar kan besmet zijn met diverse bacteriesoorten en∕of parasieten. Deze nestelen zich in de speekselklieren van de teek. In Nederland komt de soort Ixodes ricinus (schapenteek) het meeste voor, maar ook de Rhipicephalus sanguineus (hondenteek) en Dermacentor reticulatus worden hier gevonden. Deze soorten kunnen anaplasma of de ziekte van Lyme overbrengen. Sommige tekensoorten komen alleen in warmere regioĺs zoals Zuid- en Oost-Europa voor. De ziektes die ze kunnen overbrengen, zoals babesiose en ehrlichiose, worden dan ook meestal gezien bij honden die gedurende een bepaalde periode in het buitenland verbleven.

De ziekte van Lyme bij honden

Deze aandoening wordt veroorzaakt door de Borrelia burgdorferi bacterie, met als vector de schapenteek. Een aanzienlijk deel van de teken in Nederland is besmet, waardoor de ziekte van Lyme regelmatig bij mensen aangetroffen wordt. Helaas kan deze aandoening bij mensen ernstige klachten veroorzaken. Honden kunnen ook ge´nfecteerd worden met de Borrelia bacterie, maar hebben in veruit de meeste gevallen geen klinische klachten. De bacterie is vrij eenvoudig te behandelen met antibiotica. Er zijn tegenwoordig vaccins beschikbaar, maar het is belangrijk om per situatie te laten beoordelen of vaccineren zinvol is.

Babesia canis (tekenkoorts)

Deze aandoening wordt overgedragen door een tekensoort die voornamelijk in warmere streken voorkomt. De aandoening komt in Nederland nogal eens voor bij honden die terugkeren vanuit Zuid-Europa. Daarnaast kunnen honden elkaar rechtstreeks besmetten via bloedcontact door een transfusie of een bijtwond.

Babesia is een parasiet die zich in de rode bloedcel nestelt. Wanneer een teek zich voedt met bloed van een ge´nfecteerde hond wordt de aandoening verder verspreid. Een besmette hond krijgt na enkele weken tot maanden klinische klachten, waarbij koorts, bloedarmoede, rood/bruine urine en soms geelzucht gezien worden. Dit gaat vaak gepaard met algehele malaise en verminderde eetlust. Bij snel ingrijpen kan er met een intensieve behandeling volledige genezing optreden.

Ehrlichia

Deze aandoening wordt door dezelfde teek overgebracht als de teek die babesia overbrengt. Het kan dus voorkomen dat een hond ge´nfecteerd is met beide parasieten. De Ehrlichiabacterie is een parasiet van de witte bloedcellen, net zoals bij babesiose kan deze verder verspreid worden via teken, bloedtransfusies en bijtwonden. De ziekte kan acuut, chronisch of subklinisch verlopen. Bij de laatste vorm heeft de hond geen klinische klachten. De klachten variŰren naargelang de infectie acuut of chronisch verloopt, ook de behandeling en prognose is hiervan afhankelijk. Over het algemeen zijn koorts, slechte eetlust, vermageren, verhoogde bloedingsneiging en vergrote lymfeknopen de klachten die gezien worden. De chronische vorm kan tevens gepaard gaan met oog-, nier-, spier-, en zenuwproblemen.

Het verwijderen van teken

Aangezien teken pas na enige tijd ziektes kunnen overdragen, is het belangrijk ze zo snel mogelijk te verwijderen. Wanneer dit binnen 16 uur gebeurt, is de kans op ziekteoverdracht klein. Er zijn diverse soorten hulpmiddelen beschikbaar om dit zo eenvoudig mogelijk te doen. Er moet geprobeerd worden de teek in zijn geheel te verwijderen. Vroeger werd er vaak alcohol gebruikt om van tevoren te ontsmetten, dit moet men absoluut vermijden! Een dergelijke ontsmetting kan er voor zorgen dat de speekselklieren van de teek sneller geleegd worden, waardoor juist ziekteoverdracht plaatsvindt.

Preventie

Om honden te beschermen tegen ziektes die door teken overgedragen kunnen worden, is tekenbestrijding het belangrijkst. Er zijn diverse tekenwerende en tekendodende middelen beschikbaar. Net zoals bij vlooienmiddelen is er helaas geen enkel product wat 100% van de tekenbeten kan voorkomen. Daarom is het altijd verstandig uw hond regelmatig op teken te controleren en vastgehechte teken zo snel mogelijk te verwijderen met een tekenhaakje.
Tekenpreventie kan gebeuren door middel van het toedienen van een tablet, een pipet (Spot-on) of door gebruik van een halsband. Spot-on pipetten worden op de huid toegediend, dit moet meestal maandelijks gebeuren. Halsbanden werken daarentegen meerdere maanden, waardoor ze wat eenvoudiger zijn in het gebruik.

Vlooien en teken kunnen voor veel overlast zorgen en allerlei gezondheidsproblemen veroorzaken. Goede preventie en snel ingrijpen bij problemen is essentieel voor de gezondheid van een dier. Preventief zijn er diverse mogelijkheden. Afhankelijk van de situatie kan er gekozen worden voor een spot-on-product, een halsband of een tablet. De aanpak van een vlooienplaag vereist naast het behandelen van het dier ook een forse inspanning voor wat betreft het behandelen van de omgeving. Laat het niet zover komen!

Deel dit artikel

Medpets maakt gebruik van cookies.   -   sluit