Steeds vaker hoor je dat een hond of kat zou lijden aan een voedselallergie. De diagnose wordt vaak zonder voldoende onderzoek gesteld. Ook willen voedingsfabrikanten ons doen geloven dat voedselallergie vaak voorkomt bij de hond of kat. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat bij honderd gevallen van huidklachten er gemiddeld maar één is gebaseerd op een voedselallergie.
De hond of kat vertoont ziekteverschijnselen waarvan de oorzaak is gelegen in het voer. We spreken van een voedselallergie of voedselovergevoeligheid als de reactie van de hond ook daadwerkelijk gepaard gaat met allergische verschijnselen. In alle overige gevallen is er sprake van een voedselintolerantie. Bij deze laatste groep horen bijvoorbeeld de intolerantie voor lactose wegens gebrek aan het enzym lactase of de voedselvergiftiging waarbij het toxine uit het voedsel verantwoordelijk is voor de klachten.
Symptomen
Het belangrijkste symptoom van voedselallergie bij de hond is een matige, niet seizoensgebonden, jeuk. Ook huidveranderingen kunnen optreden, op de buik en in de oksels vind men dan rode pukkeltjes en roodheid van de huid. Soms zijn de symptomen subtieler, verhoogde schilfering (seborrhoe), (enkelzijdige) oorontsteking en in 15% van de gevallen ook klachten van het maag-darmkanaal. Hierbij moet men denken aan braken na het eten en / of diarree. Ook dikke darmontstekingen (colitis) kunnen als oorzaak een voedselallergie hebben. Ook een toegenomen frequentie van ontlasten kan een symptoom zijn van voedselallergie.
Sommige honden likken ook aan de voeten of poetsen met de neus over de grond.
Het vervelende is dat de symptomen niet specifiek zijn. De jeuk, huidveranderingen en het likken zien we ook bij inademingsallergie (atopie) bij de hond en kat.
De huidklachten ten gevolge van de voedselallergie gaan vaak gepaard met andere huidklachten. Naast atopie wordt ook regelmatig een gistinfectie aangetroffen (Malassezia Pachydermatitis).
Het optreden van de klachten vindt meestal plaats voordat het eerste levensjaar is verstreken, sommige auteurs spreken zelfs van voor de leeftijd van 6 maanden. Daarnaast zijn oude honden boven de zeven jaar ook duidelijk meer vertegenwoordigd in de statistieken.
Oorzaken
De allergie richt zich meestal op een eiwit, soms ook koolhydraten. Bekende allergenen zijn rundvlees, paardenvlees, melk, kip, ei. Bekende allergenen van plantaardige oorsprong zijn onder andere maïs, tarwe en soja. Melkproducten kunnen na gemiddeld 4,1 dagen een allergische reactie opwekken, granen na gemiddeld 8,3 dagen. De voedselallergie van een hond beperkt zich meestal maar tot één allergeen.
Diagnose
In principe kan de diagnose gesteld worden met een hypoallergeen dieet. Dit houdt in dat de hond gevoerd word met een dieet bestaande uit enkelvoudige voedingsstoffen waarbij de plantaardige en dierlijke eiwitten niet eerder verstrekt zijn aan de hond of als hypoallergeen bekend staan. Dit dieet moet minimaal 6 weken gegeven worden. Als gedurende deze periode de klachten duidelijk verminderen (met meer dan 50%) dan moet gedurende 1 week weer het oude voedsel gegeven worden. Indien de klachten weer terugkeren dan mag de diagnose voedselallergie gesteld worden. De terugkeer van de klachten kan variëren van 4 uur tot 14 dagen.
Meestal vormt rijst de koolhydraatbron en als dierlijke eiwitbron moet gekozen worden voor een eiwitbron waar de hond niet eerder mee in aanraking is geweest. Mogelijkheden kunnen zijn: lamsvlees, kalkoen of cottage-cheese, konijn, tonijn.
De eigenaar moet zich realiseren dat gedurende de gift van het hypoallergeen dieet de hond een niet uitgebalanceerde voeding krijgt. Hierdoor kunnen klachten ontstaan als een doffe vacht, honger, diarree, schilfering, en gewichtsverlies.
Als voor de aanvang van het hypoallergeen dieet medicijnen zijn gebruikt zoals corticosteroïden of antibiotica moet twee weken gewacht worden met het dieet om het effect ervan juist te kunnen beoordelen.
Indien de eigenaar niet bereid is zelf het dieet te bereiden kan gebruik gemaakt worden van commerciële hypoallergene voeders. Doordat dit volledige voeders zijn kan de onverzadigde vetzuursamenstelling de jeuk doen afnemen door de ontstekingsremmende werking. Dit kan dus tot verkeerde conclusies leiden. |